Sinds 2011 werk ik aan een stripboek over de ervaringen van militairen en veteranen uit mijn woonplaats, die tussen 2001 en 2010 in Afghanistan hebben gediend.
Wat maak je mee tijdens een uitzending? Hoe kom je ervan terug. Op deze blog houd ik het proces bij en plaats ik teasers en indrukken van het boek. Uitgavedatum staat nog niet vast maar houdt daarvoor deze blog in de gaten.
Wat maak je mee tijdens een uitzending? Hoe kom je ervan terug. Op deze blog houd ik het proces bij en plaats ik teasers en indrukken van het boek. Uitgavedatum staat nog niet vast maar houdt daarvoor deze blog in de gaten.
Posts tonen met het label inspiratie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label inspiratie. Alle posts tonen
zondag 11 januari 2015
Ik teken voor 2015
Wederom een excuus voor het laten wachten op nieuws. Laat ik het zo zeggen; wen er maar aan! Werken en bloggen gaat bij mij – nog - niet goed samen.
2014 was voor mij was een lastig jaar, waarin ik nog steeds mijn draai moest vinden als freelancer, een zoektocht naar afnemers van journalistieke strips en een uitgever die het boek zou willen uitbrengen. Soms breekt het op, maar gelukkig haal ik er ook veel energie uit. Des te gelukkiger word ik van een verrassend afsluitend kwartaal.
Ik moest het een en ander onder de pet houden, maar intussen kan er weer nieuws naar buiten. Het stripboek is momenteel in voorbereiding voor definitieve uitgave in het voorjaar van 2015 bij Uitgeverij Pix4Profs / Jan Stads. De uitgever is zelf fotograaf en geeft meerdere boeken uit, waaronder 'Stan Storimans, Oog op de Wereld' over RTL-cameraman Stan Storimans, die in 2008 in Georgië om het leven kwam bij een mortierinslag. Maar ook b.v. “Dementie een vergeten wereld”, waarvoor hij 6 weken op een gesloten afdeling heeft geleefd en gewerkt.
De komende maanden zal alles in werking worden gesteld om het boek dit voorjaar te publiceren.
Eerder dit jaar nam ik tijdens de Stripdagen Haarlem deel aan de expositie 'De Nieuwe Garde'. En momenteel hangen er producties van mij in het Persmuseum in Amsterdam voor de tentoonstelling; 'De tekenaar als verslaggever'. Een tentoonstelling die een overzicht geeft van internationale en nationale journalistieke stripmakers en producties. Deze is samengesteld door Joost Pollman, zelf gefascineerd door journalistieke strips. Een tentoonstelling die ik eenieder kan aanbevelen.
In aanloop naar de tentoonstelling werd ik door media gevraagd voor commentaar en te vertellen over de journalistieke strips. Zo was ik bij NOS Met Het Oog Op Morgen in de uitzending. BNDeStem en Brabants Dagblad plaatsten een uitvoerig artikel over de tentoonstelling. IJmuijder Courant en NRC schreven lovende woorden. NRC noemde de voorproeven voor het stripboek 'veelbelovend'. Hopelijk bereikt de tentoonstelling het publiek, maar de volgende zet is voornamelijk aan de redacteuren die de verscheidenheid en kwaliteit opmerken die de journalistieke-strip bied.
BNDeStem ziet in ieder geval wel de journalistieke waarde van de journalistieke-strip. In november had ik me op de koffie uitgenodigd bij de hoofdredacteur - zelf een stripliefhebber - om te praten over journalistieke strips. Het leek hem zeker de moeite waard om ermee te experimenteren en om te beginnen stonden er in december al twee beeldverhalen in BNDeStem. Volgend jaar vallen er nog meer producties te verwachten. Het voornemen is daar ook reportages aan toevoegen.
Al met al, allemaal resultanten van de uitwerking dat het project op me heeft, waar het ooit allemaal mee is begonnen. 'Dit stripboek is slechts het begin' zei ik in een interview met Jamaica Vink in 2012.
Journalistiek bedrijven op zo'n manier dat het ook binnenkomt bij de lezer. Maar in plaats van alleen maar boeken, juist stripjournalistiek bedrijven voor kranten. Hopekijk kan er op die manier ook meer publiek mee vertrouwd raken. En mocht ik vaker naar (post)conflict gebieden afreizen (en dat wil ik), dan zal het beschikken over een internationale-perskaart dat een stuk makkelijker maken. En die heb ik!
Een interessante samenwerking die ik ben aangegaan is met schrijvend journalist David Oranje. Met hem werkte ik een beeldverhaal uit over een Syrische vluchteling uit Aleppo, dat in november werd gepubliceerd door nrc.next. We leerden elkaar kennen bij de NVJ-training (i.s.m. het Ministerie van Defensie) ‘Verslaggeving in conflictgebieden’. Beiden zijn we gefascineerd door stripjournalistiek en hebben we affiniteit met conflictgebieden. Dit was de eerste productie maar zeker niet de laatste.
Op dit moment bevind ik me samen met David in Beirut. Ons doel is een beeld te schetsen van de impact die de stroom Syrische vluchtelingen heeft op Libanon. Libanon, iets meer dan 4 miljoen inwoners, herbergt momenteel bijna 1,5 miljoen vluchtelingen. Dat heeft zijn invloeden op het land en dat willen wij in beeld brengen. Twee van onze verhalen zullen daar over gaan. Voor het derde verhaal willen we ons laten verrassen en kijken waar onze contacten ons zullen brengen. Een overzicht van het resultaat zal dan ook op de blog verschijnen.
De gebeurtenissen van de afgelopen week in Parijs, zijn me zeker niet in de koude kleren gaan zitten. En al helemaal niet als stripjournalist.
Toen ik in Kabul was, vonden mensen het interessant om te zien wat die blanke krullenbol daar zat te schetsen. Binnen een mum van tijd knoopte ik het ene na het andere gesprek aan. Het ontwapent. Vandaag liep ik met David en onze fixer over een vlooienmarkt in Sin el Fil: een wijk in Beirut die overspoeld is met Syrische vluchtelingen. Er was geen spanning - die ik daarentegen wel voelde in Kabul - maar ik waagde het nóg niet om daar ter plekke te gaan schetsen. We vielen al op als westerlingen tussen allemaal Arabieren, dus dan is het gewoon niet verstandig om daar nog meer de aandacht te trekken. Ik acht het hoogst onwaarschijnlijk dat het kwaad zou kunnen om ter plekke te zitten schetsen. Waarschijnlijk leggen Arabieren nog niet eens de link met Charlie Hebdo.
Ja! Charlie Hebdo ging en gáát ver met hun satirische cartoons. Maar vermoord te moeten worden om tekeningen!? Het bloedbad is een aperte aanslag op het recht op het vrije woord. Het recht op het vrije woord is een mensenrecht. En daar zetten mensen hun leven voor op het spel.
dinsdag 15 juli 2014
Schetsen, schetsen, schetsen
Het mag dan wel vakantietijd zijn, maar stilzitten kan ik echt niet en zit er dus ook niet in. Het boek moet af, en dat betekend nog drie verhalen uitwerken, in totaal achttien pagina's. De beeldredactie moet nog feedback geven en de tekst dient nog geredigeerd te worden.
Afgelopen week heb ik een adviesgesprek gehad bij het Brabants kenniscentrum kunst en cultuur, voor de vervolgstappen ter uitgave. Helaas kan ik er nog niet veel over kwijt, behalve dat ze ook hier vertrouwen hebben in het slagen van dit project.
Wat is er zoal aan vooraf gegaan? Ter illustratie een impressie van de tekeningen voorafgaand de uiteindelijke versies. Ik heb het gevoel dat dit nog maar de helft is en dat ik in het begin schetsen ben kwijtgeraakt. Zonde!
Kun je nagaan dat ik de thumbnails (mini-schetsen die vaak alleen te interpreteren zijn door de stripmaker zelf) er nog niet eens heb bijgelegd.
Als er informatie is met betrekking tot de uitgave, die openbaar gemaakt mag worden zal deze de blog de eerste plek zijn waar ik het deel.
Afgelopen week heb ik een adviesgesprek gehad bij het Brabants kenniscentrum kunst en cultuur, voor de vervolgstappen ter uitgave. Helaas kan ik er nog niet veel over kwijt, behalve dat ze ook hier vertrouwen hebben in het slagen van dit project.
Wat is er zoal aan vooraf gegaan? Ter illustratie een impressie van de tekeningen voorafgaand de uiteindelijke versies. Ik heb het gevoel dat dit nog maar de helft is en dat ik in het begin schetsen ben kwijtgeraakt. Zonde!
Kun je nagaan dat ik de thumbnails (mini-schetsen die vaak alleen te interpreteren zijn door de stripmaker zelf) er nog niet eens heb bijgelegd.
Als er informatie is met betrekking tot de uitgave, die openbaar gemaakt mag worden zal deze de blog de eerste plek zijn waar ik het deel.
dinsdag 22 januari 2013
MB 290
Schets voor een pagina met 3 type MB's type 290. Ik overweeg er quotes bij te plaatsen met betrekking tot de ervaring met de voertuigen.
Brengt de huidige tussenstand op 60 pagina's.
Enigzins vergelijkbaar met de pagina over uniformen in het verhaal: "Het gaat erom dat je zo goed mogelijk je werk kan doen"
Brengt de huidige tussenstand op 60 pagina's.
donderdag 10 januari 2013
Inspirerende Meesters (3)
Joe Sacco
De laatste in een serie blogs over, voor mij, inspirerende meesters. Een ranglijst is het niet. Elke striptekenaar is goed op zijn manier. Maar ik wil afsluiten met Joe Sacco. Joe Sacco is als journalist onder andere in Bosnie, Irak en de Palestijnse gebieden geweest. In plaats van geschreven artikelen maakte hij strips van zijn reportages. En in de meeste gevallen zijn dit boekwerken geworden van ruim 200 pagina's. Centraal staan bij hem de mensen en hun ervaringen met wie hij spreekt. Gruwelijke taferelen gaat hij niet uit de weg en verbeeld hij op aangrijpende wijze.
Verhaaltechnisch is Sacco erg sterk. Wanneer hij te werk gaat schrijft hij de verhalen eerst helemaal uit, zodat duidelijk is wat verbeeld moet worden en wanneer dat pas goed is werkt hij ze uit. Een werkwijze die ik vanaf het begin van het project ook heb gehanteerd.
Een verhaal uit Safe Area Gorazde bijvoorbeeld. Over een sigarettenmerk (Drina) dat in Bosnie tijdens de oorlog veel gerookt werd. Het verhaal begint over de rivier Drina, die door het stadje Gorazde stroomt, waar het merk naar vernoemt is. Stroomopwaarts werden vaak lichamen van vermoorde burgers in de rivier geworpen en die kwamen dus ook langs het stadje. De rokers komen in beeld en vertellen dat het helemaal niet zo'n goede sigaretten waren maar er was niets beters. En dat men het er maar mee doet. De rokers komen nog 1 keer in beeld met in de tekstvakjes 'Drina'. De laatste plaat is een plaatje met lijken in de rivier. Het is natuurlijk niet te doen dit zonder beeld te beschrijven, maar de opbouw naar het laatste plaatje is zo subtiel opgebouwd en confronteert dan keihard de lezer.
Ook Sacco plaatst zichzelf als personage in zijn strips. Altijd met een bril op waarbij zijn ogen niet zichtbaar zijn. Ik vat het op als een zo objectief mogelijke kijk, en een middel om de lezer echt mee te nemen in het verhaal. Alsof de lezer Sacco is en zelf de interviews doet en plaatsen bezoekt.
So I think if you have yourself in the story, then you can really show human interaction in a better way, and that’s kind of what it’s about, especially if you’re a foreigner. You’re a foreigner in their land, there’s going to be a gap, and you want to explain that gap and you want to show it. Hopefully it works for the reader.
I know people will say it’s not objective and I agree — it’s subjective. But I’m also trying to be honest about what I’m portraying. So if there’s something that rubs me the wrong way, or even doesn’t mesh with my own political ideas, or my own take on a situation, I still want to put it in because you want to be honest if you’re in a place like that. That’s why you’re there — it’s to be honest for the readers’ sake.
- Picking through the rubble of memory, A conversation with comics journalist Joe Sacco — part two
Ikzelf maak ook gebruik van de vorm waarbij het interview terugkomt in de strip. Het benadrukt in mijn geval dat de verhalen echt verteld zijn en niet slechts verbeelde verhalen. Het is tevens de herbeleving van de personen die ik in beeld breng. In sommige gevallen komt het interview niet terug en zijn het alleen beelden van momenten in Afghanistan. Wanneer ik de verhalen uitwerk bepaal ik uiteraard wat voor beelden en taferelen ik ga uitwerken maar bepaal ik ook de tempo van het verhaal. Verhalen die een behoorlijk tempo hebben, bevatten minder plaatjes van het interview.
Een vuurgevecht dat ik deze maand heb uitgewerkt heeft vrijwel geen plaatjes van het interview. Het is een spannend verhaal en daar moet je niet het tempo uithalen als het loopt.
Giraud en Kubert maken stoere en spannende verhalen. Sacco komt met aangrijpende verhalen en daar zit niet altijd actie in. Kriek was een van de eersten die ervaringen van Nederlanders vorm gaf met striptekeningen.
Alle vier hebben deze tekenaars mij op hun manier geïnspireerd. De landschappen van Giraud, de actie van Kubert, de aangrijpende factor van Sacco en Kriek die de eerste aanzet gaf.
Elk verhaal is zijn eigen verhaal en vereist zijn eigen vertelwijze en vormgeving/lay-out. Een bermbomaanslag of een zelfmoordaanslag zijn gruwelijke gebeurtenissen. Een vuurgevecht is erg spannend, dat is een verhaal dat ik ook een enigzins stoere uitstraling heb gegeven. Hoe dan ook! Het gaat erom dat het verhaal overkomt op de lezer. Maar als maker ben ik ervan overtuigt dat hoe meer je weet van de werking van strips, des te beter weet je hoe je je onderwerp kan communiceren.
De laatste in een serie blogs over, voor mij, inspirerende meesters. Een ranglijst is het niet. Elke striptekenaar is goed op zijn manier. Maar ik wil afsluiten met Joe Sacco. Joe Sacco is als journalist onder andere in Bosnie, Irak en de Palestijnse gebieden geweest. In plaats van geschreven artikelen maakte hij strips van zijn reportages. En in de meeste gevallen zijn dit boekwerken geworden van ruim 200 pagina's. Centraal staan bij hem de mensen en hun ervaringen met wie hij spreekt. Gruwelijke taferelen gaat hij niet uit de weg en verbeeld hij op aangrijpende wijze.
Verhaaltechnisch is Sacco erg sterk. Wanneer hij te werk gaat schrijft hij de verhalen eerst helemaal uit, zodat duidelijk is wat verbeeld moet worden en wanneer dat pas goed is werkt hij ze uit. Een werkwijze die ik vanaf het begin van het project ook heb gehanteerd.
Een verhaal uit Safe Area Gorazde bijvoorbeeld. Over een sigarettenmerk (Drina) dat in Bosnie tijdens de oorlog veel gerookt werd. Het verhaal begint over de rivier Drina, die door het stadje Gorazde stroomt, waar het merk naar vernoemt is. Stroomopwaarts werden vaak lichamen van vermoorde burgers in de rivier geworpen en die kwamen dus ook langs het stadje. De rokers komen in beeld en vertellen dat het helemaal niet zo'n goede sigaretten waren maar er was niets beters. En dat men het er maar mee doet. De rokers komen nog 1 keer in beeld met in de tekstvakjes 'Drina'. De laatste plaat is een plaatje met lijken in de rivier. Het is natuurlijk niet te doen dit zonder beeld te beschrijven, maar de opbouw naar het laatste plaatje is zo subtiel opgebouwd en confronteert dan keihard de lezer.
Ook Sacco plaatst zichzelf als personage in zijn strips. Altijd met een bril op waarbij zijn ogen niet zichtbaar zijn. Ik vat het op als een zo objectief mogelijke kijk, en een middel om de lezer echt mee te nemen in het verhaal. Alsof de lezer Sacco is en zelf de interviews doet en plaatsen bezoekt.
So I think if you have yourself in the story, then you can really show human interaction in a better way, and that’s kind of what it’s about, especially if you’re a foreigner. You’re a foreigner in their land, there’s going to be a gap, and you want to explain that gap and you want to show it. Hopefully it works for the reader.
I know people will say it’s not objective and I agree — it’s subjective. But I’m also trying to be honest about what I’m portraying. So if there’s something that rubs me the wrong way, or even doesn’t mesh with my own political ideas, or my own take on a situation, I still want to put it in because you want to be honest if you’re in a place like that. That’s why you’re there — it’s to be honest for the readers’ sake.
- Picking through the rubble of memory, A conversation with comics journalist Joe Sacco — part two
by Ezra Winton on December 13, 2010
Ikzelf maak ook gebruik van de vorm waarbij het interview terugkomt in de strip. Het benadrukt in mijn geval dat de verhalen echt verteld zijn en niet slechts verbeelde verhalen. Het is tevens de herbeleving van de personen die ik in beeld breng. In sommige gevallen komt het interview niet terug en zijn het alleen beelden van momenten in Afghanistan. Wanneer ik de verhalen uitwerk bepaal ik uiteraard wat voor beelden en taferelen ik ga uitwerken maar bepaal ik ook de tempo van het verhaal. Verhalen die een behoorlijk tempo hebben, bevatten minder plaatjes van het interview.
Een vuurgevecht dat ik deze maand heb uitgewerkt heeft vrijwel geen plaatjes van het interview. Het is een spannend verhaal en daar moet je niet het tempo uithalen als het loopt.
Giraud en Kubert maken stoere en spannende verhalen. Sacco komt met aangrijpende verhalen en daar zit niet altijd actie in. Kriek was een van de eersten die ervaringen van Nederlanders vorm gaf met striptekeningen.
Alle vier hebben deze tekenaars mij op hun manier geïnspireerd. De landschappen van Giraud, de actie van Kubert, de aangrijpende factor van Sacco en Kriek die de eerste aanzet gaf.
Elk verhaal is zijn eigen verhaal en vereist zijn eigen vertelwijze en vormgeving/lay-out. Een bermbomaanslag of een zelfmoordaanslag zijn gruwelijke gebeurtenissen. Een vuurgevecht is erg spannend, dat is een verhaal dat ik ook een enigzins stoere uitstraling heb gegeven. Hoe dan ook! Het gaat erom dat het verhaal overkomt op de lezer. Maar als maker ben ik ervan overtuigt dat hoe meer je weet van de werking van strips, des te beter weet je hoe je je onderwerp kan communiceren.
Labels:
afghanistan,
ballade voor een doodskist,
blueberry,
erik kriek,
graphic novel,
inspiratie,
jeangiraud,
joe kubert,
Joe Sacco,
journalistieke-strip,
Jules Calis,
moebius,
oorlogsstrip,
strip
woensdag 19 december 2012
Inspirerende Meesters (2)
Ongeveer twee jaar geleden broeiden de plannen voor het maken van een strip over Nederlandse militairen in Uruzgan. Een half jaar later was het weliswaar Afghanistan geworden en niet alleen militairen die dienden in Uruzgan.
Die eerste periode moest ik er zeker van zijn dat er toch echt nog geen strip was over Nederlanders in Afghanistan. Daar twijfelde ik nog aan aangezien er in het boek Task Force Uruzgan (2009), illustraties door Erik Kriek waren verzorgd en ik begon te twijfelen of er dus al een strip was.
De illustraties waren speciaal voor het boek verzorgd. Op de gutsmanblog geeft Kriek er wat uitleg bij. Eigenlijk was Kriek ook een van de eerste die me inspireerde tot het maken van de strips.
In Stripantiquariaat Lambiek voerde ik ook zo'n controle uit of er echt nog geen strip was. Dat was een van de weinige winkels die een strip over Nederlanders in Afghanistan zou kunnen hebben. Maar daar ook niet! Lambiek is een winkel om je als stripliefhebber eens goed te laten verrassen met welke strip je uiteindelijk de deur uitloopt. En dat was die dag 'Dong Xoai, Vietnam 1965', door Joe Kubert.
Joe Kubert is vooral bekend van zijn werk bij DC-Comics en als maker van Sgt. Rock. Heel veel actie en combat verhalen en Dong Xoai 1965 is daarop geen uitzondering. Een fictief verhaal (gebaseerd op ware gebeurtenissen) over Amerikaanse Special Forces in Vietnam. Het was niet zozeer het verhaal, maar de tekenstijl die me aansprak.
Het
boek is meer een kijk op hoe Kubert te werk gaat in plaats van een compleet
werk. Het artwork is een losse, rauwe schets stijl alsof een
oorlogstekenaar er op dat moment bij was tijdens het conflict. Dat maakt
het erg authentiek en energiek.
Qua verhaal kan ik het niet aanraden. Het heldhaftige wordt zwaar uitgebuit en overdreven vanuit een Amerikaans perspectief. Oorlog wordt verheerlijkt en dat gaat er bij mij niet in.
Een meesterwerk van Kubert zowel in artwork als verhaal is 'Fax From Sarajevo'.
Een non-fictie werk gebaseerd op briefwisseling d.m.v. fax tussen Kubert en Ervin Rustemagić, strippromoter uit Bosnië. Rustemagić was ten tijde van het beleg in Sarajevo en het enige contact met de buitenwereld was een faxapparaat. Kubert vond het een verhaal dat mensen moesten weten en sloeg daarmee een heel andere richting in met zijn werk.
Het heldhaftige van de oorlogs- en superheldenstrips werd verruild met het leed van burgers, maar wel getekend in dezelfde stijl. Dit maakt het een overtuigend en erg sterk werk.
Als ik er met de kerstdrukte aan toe kom, dan volgende week weer een meester. En anders toch een weekje later.
Die eerste periode moest ik er zeker van zijn dat er toch echt nog geen strip was over Nederlanders in Afghanistan. Daar twijfelde ik nog aan aangezien er in het boek Task Force Uruzgan (2009), illustraties door Erik Kriek waren verzorgd en ik begon te twijfelen of er dus al een strip was.
![]() |
| Bron: http://gutsmanblog.blogspot.nl |
In Stripantiquariaat Lambiek voerde ik ook zo'n controle uit of er echt nog geen strip was. Dat was een van de weinige winkels die een strip over Nederlanders in Afghanistan zou kunnen hebben. Maar daar ook niet! Lambiek is een winkel om je als stripliefhebber eens goed te laten verrassen met welke strip je uiteindelijk de deur uitloopt. En dat was die dag 'Dong Xoai, Vietnam 1965', door Joe Kubert.
| Bron: boeken.tsuk.org |
| Bron: http://www.vertigocomics.com |
Qua verhaal kan ik het niet aanraden. Het heldhaftige wordt zwaar uitgebuit en overdreven vanuit een Amerikaans perspectief. Oorlog wordt verheerlijkt en dat gaat er bij mij niet in.
Een meesterwerk van Kubert zowel in artwork als verhaal is 'Fax From Sarajevo'.
Een non-fictie werk gebaseerd op briefwisseling d.m.v. fax tussen Kubert en Ervin Rustemagić, strippromoter uit Bosnië. Rustemagić was ten tijde van het beleg in Sarajevo en het enige contact met de buitenwereld was een faxapparaat. Kubert vond het een verhaal dat mensen moesten weten en sloeg daarmee een heel andere richting in met zijn werk.
Het heldhaftige van de oorlogs- en superheldenstrips werd verruild met het leed van burgers, maar wel getekend in dezelfde stijl. Dit maakt het een overtuigend en erg sterk werk.
Als ik er met de kerstdrukte aan toe kom, dan volgende week weer een meester. En anders toch een weekje later.
maandag 10 december 2012
Inspirerende meesters (1)
Ok. De huidige stand van zaken is in totaal nu 50 bladzijdes. Veertien pagina's moeten nog op verbeteringen nagekeken worden en een verhaal over een vuurgevecht moet nog geheel geïnkt worden. Weliswaar wil ik nog meer opmerkelijke verhalen toevoegen en daar volgen later ook zeker up-dates over.
Nu volgend zo nu en dan ook wat blogposts over inspirerende meesters. In deze blogpost Jean Giraud/Moebius. Maker van onder meer Blueberry.
Aan het begin van het project had ik maar vrij weinig ervaring met maken van strips. Tekenen had ik ook al vele jaren niet meer gedaan, maar ik had me toch een doel gesteld voor het eindexamen, namelijk het realiseren van een stripboek. Toegeven, in de winkels kun je genoeg materiaal vinden over hoe je moet striptekenen, maar op twee van dat soort boeken na heb ik er weinig aan gehad. Niettemin heb ik in een half jaar mezelf geleerd hoe je strips moet opzetten. Niets moet natuurlijk maar wat basisbeginselen vind ik toch essentieel als je het striptekenen ook serieus wilt nemen. Uiteraard heb ik ook mijn begeleiders gehad. Zo heb ik veel baat gehad aan de tips van Peter Delwel (docent aan de WdKA) over het opzetten van een scenario en wat belangrijk is voor een verhaal te vertellen.
Joop Swaans uit Breda, creatief therapeut van beroep maar wat een kennis heeft die man van strips, verzorgde een uitstekende een-op-een coaching waarbij camerastandpunten, tekstballonnen, indeling van pagina's, verhoudingen van kaders, en nog veel meer werd behandelt.
En hij liet me ook kennis maken met het werk van Jean Giraud (Moebius). Studiemateriaal voor mij werden 'Ballade voor een doodskist', 'Vogelvrij verklaard' en 'Angel Face' van de Blueberry-series.
Vooral onderstaande sequentie is ontzettend goed opgezet. Slecht voorbeeld wegens het vrouwonvriendelijke karakter. Maar toch. De betreffende dame werkt Mike Blueberry al gedurende een aantal bladzijdes op zijn zenuwen aangezien ze maar bezig blijft over een schat. Voor deze sequentie werkt Giraud nog met geel, paars en rood. Maar het gifgroene (van de irritatie zou ik aannemen) versterkt de klap die Blueberry uiteindelijk uitdeelt.
Qua scenery was Giraud ook een meester. Zijn wijze van woestijnen, wildernis en woestenij opzetten inspireerde me weer voor de sceneries voor de Afghanistanstrips.
Volgende week een Amerikaanse meester.
Check voor nog meer informatie over Giraud en het werk aan Blueberry: http://www.stripspeciaalzaak.be/Toppers/FransenTop/26_Blueberry15.htm
Nu volgend zo nu en dan ook wat blogposts over inspirerende meesters. In deze blogpost Jean Giraud/Moebius. Maker van onder meer Blueberry.
Aan het begin van het project had ik maar vrij weinig ervaring met maken van strips. Tekenen had ik ook al vele jaren niet meer gedaan, maar ik had me toch een doel gesteld voor het eindexamen, namelijk het realiseren van een stripboek. Toegeven, in de winkels kun je genoeg materiaal vinden over hoe je moet striptekenen, maar op twee van dat soort boeken na heb ik er weinig aan gehad. Niettemin heb ik in een half jaar mezelf geleerd hoe je strips moet opzetten. Niets moet natuurlijk maar wat basisbeginselen vind ik toch essentieel als je het striptekenen ook serieus wilt nemen. Uiteraard heb ik ook mijn begeleiders gehad. Zo heb ik veel baat gehad aan de tips van Peter Delwel (docent aan de WdKA) over het opzetten van een scenario en wat belangrijk is voor een verhaal te vertellen.
Joop Swaans uit Breda, creatief therapeut van beroep maar wat een kennis heeft die man van strips, verzorgde een uitstekende een-op-een coaching waarbij camerastandpunten, tekstballonnen, indeling van pagina's, verhoudingen van kaders, en nog veel meer werd behandelt.
En hij liet me ook kennis maken met het werk van Jean Giraud (Moebius). Studiemateriaal voor mij werden 'Ballade voor een doodskist', 'Vogelvrij verklaard' en 'Angel Face' van de Blueberry-series.
| bron: http://assets.catawiki.nl/ |
| Bron: http://www.stripspeciaalzaak.be |
| Bron: http://www.stripturnhout.be |
Check voor nog meer informatie over Giraud en het werk aan Blueberry: http://www.stripspeciaalzaak.be/Toppers/FransenTop/26_Blueberry15.htm
Abonneren op:
Posts (Atom)





